Mijn LV-verhaal – Fetske Post, bewoonster LV en verpleegkundige bij hospice Kuria

10 december 2019 | 7 reacties

Hi,

Wat leuk om u en jou op deze manier te ontmoeten. Allereerst zal ik mijzelf voorstellen: mijn naam is Fetske, 23 jaar, verpleegkundige, geboren en getogen op Urk en werkzaam in Amsterdam.

Tijdens mijn derde leerjaar van de HBO-V, kreeg ik de kans om stage te lopen in hospice Kuria te Amsterdam. Vanaf het starten met mijn studie Verpleegkunde, was het mijn wens om in een hospice stage te lopen. Dat is de plaats waar mensen met een levensverwachting van 3 maanden worden opgenomen. Urk en Amsterdam hebben echter geen ideale OV-verbinding. Gelukkig hoefde ik hier niet lang over in te zitten. Het bleek dat Kuria een overeenkomst had met La Verna. Ik kon een kamer huren in La Verna en wat was ik blij. Eigenlijk werd ik met de dag blijer toen ik daadwerkelijk in La Verna verbleef. De sfeer, betrokkenheid van de broeders en het op mezelf wonen in de grote stad maar toch ook beschermd: wat was het fijn. Echter aan alles komt een einde, zo ook mijn stage. Ik verbleef nog een week in La Verna na het einde van mijn stage, om zo nog 1x goed de sfeer te proeven en deel uit te maken van deze unieke woonlocatie, althans zo dacht ik…

Ik bleef betrokken als vrijwilliger in Kuria en kwam nog regelmatig in de stad, echter het voelde toch anders. Na het afronden van mijn studie werd ik gevraagd om als verpleegkundige aan de slag te gaan in Kuria en ik heb hier ja op gezegd. Het OV was niet veranderd tussen Urk en Amsterdam, dus regelmatig worstelde ik ermee om op tijd te komen in Kuria. Ik had namelijk nog geen rijbewijs. Gelukkig kon ik verblijven in Kuria, waar ik erg blij mee was. Ik bleef echter betrokken bij mijn werk ondanks dat ik vrij had.

Op een dag vertelde mijn collega Joop dat hij een lezing zou geven in La Verna. Ik was gelijk enthousiast en bood aan hem te supporten (niet dat hij dit nodig had, hoor). Zo gezegd, zo gedaan en daar betrad ik La Verna weer na ruim 2,5 jaar. En wow, wat voelde ik me gelijk weer thuis. Toen pas besefte ik wat die periode van 20 weken wonen in La Verna met mij had gedaan; het had mij een thuis geboden in een vreemde stad. Tijdens deze avond hoorde ik dat er een aantal kamers leeg stonden. Het ging eigenlijk aan mij voorbij, maar de dag erna popte het opeens weer op in mijn hoofd. Ik stelde een mailtje op en verstuurde deze naar Fer. Mijn vraag was, of het mogelijk was om een kamer te huren in het klooster totdat ik mijn rijbewijs gehaald zou hebben. Ik was al gestart met lessen op Urk. Ik kreeg toestemming om een kamer te huren! Inmiddels heb ik mijn rijbewijs gehaald maar toch mag ik nog een poosje blijven wonen in La Verna, waar ik dankbaar voor ben.

La Verna is voor mij de plek om afstand te nemen van mijn werk als verpleegkundige die zorg verleend aan terminaal zieke mensen. Dagelijks is het een dealen met de balans tussen leven en dood, als er al een balans zou zijn… Het is zwaar om dit werk uit te voeren, maar ook zo mooi. De taak die van mij verlangd wordt, is het er zijn voor de patiënt van de eerste ontmoeting tot het laatste afscheid. Dit kunnen maanden, weken of dagen zijn maar ook enkele uren. De kortste opname die ik mee maakte was 20 minuten…

De Britse verpleegkundige en arts Cicely Saunders heeft de palliatieve/terminale zorg als volgt verwoord: ‘leven toevoegen aan de dagen, niet dagen aan het leven’. En dat geeft precies weer wat ik doe: mijn patiënt vragen wat er nog toe doet, naast alle medische zorg die ik verleen. Soms kan het zo simpel zijn; een mevrouw van 78 jaar wilde graag de 80 halen. Haar levensverwachting was dagen, dus ze had de moed opgegeven. Ik vroeg haar waarom het zo belangrijk voor haar was. Ze antwoordde dat ze dat als kind had gewild: ‘de leeftijd van de zeer sterken’, Psalm 90. In haar leven was ze nooit ziek geweest tot het moment van de diagnose. Ik heb gevraagd aan haar of ik mocht doen, alsof ze tachtig was. Mevrouw vond het een beetje vreemd, maar gaf me toch toestemming. De dag erop was het zover: ik heb het jaartal op haar kalender veranderd, haar zoon nam een taart mee met 80 erop en samen hebben we geproost op DE 80. ’s Avonds hielp ik haar naar bed en toen zei ze: ‘de 80-jarige gaat slapen, ik kan merken dat ik ouder wordt’, met een knipoog. Drie dagen later overleed zij, 78 jaar en 3 maanden oud.

Vaak krijg ik de vraag te horen, hoe ik het vol houd om als 23-jarige, zorg te verlenen aan ernstig zieke, stervende mensen. Het antwoord is minder complex dan je zou denken, zo schrijft Sander van Hosson in zijn boek ‘Slotcouplet’. ‘Het begeleiden van mensen met leed van dit kaliber is van een ongekende schoonheid. Dagelijks werken vele zorgverleners zoals ik aan kwaliteit van leven en sterven voor patiënten die niet meer beter zullen worden. We werken aan het verlichten van pijn, benauwdheid en angst, en we praten over hoe het verder gaat. Over sterven, over de dood. Wat daarbij wel en niet meer kan, hoeft en moet. Werken aan kwaliteit van leven tot in de allerlaatste minuut is een ongekende drijfveer die dit werk dragelijk maakt. Troost is wat patiënten het hardst nodig hebben’. Mijn hart zwol op van trots toen ik dit las, dit is precies wat ik ervaar! En ik denk dat hierin ook een overeenkomst te zien is tussen het werk van mij en dat van de broeders; troostend aanwezig zijn. Het kan een gebed of zegening zijn, maar ook die hand op de schouder of de vraag hoe het nu echt met je gaat.

Zoals u en jij in de intro hebt kunnen lezen kom ik uit Urk; het dorp dat vooral in de achterliggende weken in het nieuws is geweest aangaande het vergaan van de UK 165. Het is een gelovig dorp, die ondanks alle rampen en tegenslagen, haar vertrouwen stelt op God. Ik zal eerlijk toegeven dat het toch een dingetje was dat ik als protestants christen in een rooms-katholieke broedergemeenschap ging wonen. In de geschiedenis heeft er zich toch een duidelijke scheiding voltrokken, de Reformatie. Toch merk ik weinig van de verschillen omdat ik me verbonden voel met de franciscanen: gebed is een pijler van mijn bestaan, het opkomen voor de kansarmen (kwetsbaren) heeft mijn toewijding en het bieden van hulp aan mensen in nood heeft voor mij een prioriteit (Uit: missie). Daarom voel ik mij thuis in La Verna. En ja, de verschillen zijn er wel, in beleving en uitleving, maar hierin rest een wederzijds respect.

Tot slot, La Verna is voor mij een plek van ‘ontmoeten’; de ontmoeting met God door deelname aan het ochtend of avondgebed maar ook het ontmoeten van de broeders en de bezoekers van La Verna; u en jou! Echter ook de andere kant van ‘ontmoeten’; ik moet even niks. Ik mag rusten van mijn werk en mij voor een moment terugtrekken uit de, toch wel rumoerige, snelle, maatschappij. Voor mij is La Verna als een thuis, de oase van rust.

Tot ziens in La Verna!

Lieve groet,

Fetske Post

Reacties

  • Thea wiersma

    dinsdag 10 december 2019

    Dag Fetske,
    Ik woon in Nagele en ik vond jouw verhaal zo hartverwarmend. Ik wens je alle goeds op je levenspad.
    Groet, thea

  • Greet Niederlaender

    dinsdag 10 december 2019

    Wat een prachtig verhaal! Dank je wel Fetske.

  • Bianca

    woensdag 11 december 2019

    Wat mooi geschreven Fetske. Over jouw werk en over de synchoniciteit tussen momenten in jouw leven en de aanwezigheid van La Verna daarin.

  • Annemiek Schouten

    vrijdag 13 december 2019

    Beste Fetske, ik heb met ontroering je verhaal gelezen. Zelf doe ik vrijwilligerswerk in de terminale zorg bij mensen thuis en ook ik kan beamen dat het zo speciaal is om even met mensen mee op te trekken op zo’n moment in hun leven … De gewone dingen worden voor hen ineens speciaal, en de reacties van een ongekende schoonheid en intensheid. Zo intens blij om jou (me) te zien zijn ze. Ik wens nog heel veel mooie ervaringen in je werk en succes! Dank je, Annemiek

  • Rob Hoogenboom

    maandag 16 december 2019

    Fetske, ik vind het heel om je zo over je mooie werk te horen. Dat je daarmee bij ons thuis bent, daar kan ik alleen maar blij om zijn, rob

  • Geert Heetebrij

    vrijdag 03 januari 2020

    Dag Fetske.
    Een heel mooi verhaal heb je geschreven omtrent La Verna en Kuria.
    La Verna ken ik heel goed, omdat ik er al geruime tijd kom om de Vespers bij te wonen (ik zou je hebben kunnen ontmoeten), de broeders ken en zij mij.
    Kuria ken ik vanuit de kerk (aanvankelijk was ik protestant -GKv- en momenteel behoor ik tot de OKK) en van de mensen, die er werken.
    La Verna is ook voor mij een soort ‘thuiskomen’ en ervaar ik de sfeer en het samenzijn met de broeders tijdens de Vespers als ‘weldadig’, het doet góed!
    Wens je veel woon- en leefgenot toe in La Verna, voor zo lang het nog mag duren en veel sterkte en zegen op je werk in Kuria.
    En iets geheel anders, mijn naam zou bij de oudere mensen op Urk een bekende k
    lank kunnen zijn. Mijn oom, waarnaar ik vernoemd ben, was daar tijdens de oorlogsjaren hoofdonderwijzer van de lagere school.
    Sterkte en goede vaart. Geert Heetebrij

  • Dita

    maandag 13 juli 2020

    Hallo Fetske,
    Leuk, om op deze manier wat meer over jou en je dagelijks leven te horen.
    Groeten je nicht, Dita.

Je kunt hier je reactie geven of een vraag stellen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Alle velden zijn verplicht.

Cookies

We gebruiken cookies om content van de website te verbeteren en om het websiteverkeer te analyseren.

Privacy statement | Sluiten
Instellingen